9. Regionale aanpak economische dakloosheid (NIEUW)

Risicobedrag: € 355.000

Nadere omschrijving risico:

Eerder dit jaar is een bedrag tussen de € 75.000 en € 150.000 voor de regionale (Amstelland) aanpak van economische dakloosheid in de Kadernota genoemd als incidentele uitgave in 2027 door het (mogelijk) wegvallen van de middelen vanuit Amsterdam als centrumgemeente. In het coalitieakkoord van Amsterdam zijn diverse bezuinigingen opgenomen, waaronder op het gebied van MO&BW (Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen). De jaarlijkse bijdrage aan de regionale aanpak voor economische dakloosheid vanuit Amsterdam ter hoogte van € 1.000.000 is daardoor onzeker geworden. Mogelijk wordt in 2027 nog € 750.000 bijgedragen, maar dit bedrag is nog niet bevestigd. Naast de eventuele bijdrage vanuit Amsterdam zijn er voor 2027 nog resterende middelen van eerdere jaren beschikbaar (uit een eerdere, eenmalige subsidie van het Rijk). De financiële consequentie voor 2027 komt daardoor voor Diemen uit op € 155.000.

Voor 2028 en verder valt de bijdrage vanuit Amsterdam mogelijk geheel weg. Ook resteren er dan geen middelen uit eerdere jaren. Als de financiering voor de regionale aanpak voor economische dakloosheid geheel wegvalt, ontstaat een risico voor Diemen van € 356.000 per jaar. Dit bedrag valt voor Diemen relatief hoog uit doordat vanuit Diemen ook relatief veel huishoudens op grond van deze regeling opgevangen worden. Omdat Diemen geen uitkering ontvangt voor taken op het gebied van maatschappelijke opvang, is er geen dekking voor deze kosten.

Beheersmaatregelen:

Vanuit de regio wordt druk gezet op Amsterdam om blijvend bij te dragen aan de regionale aanpak van economische dakloosheid van de Amstelland gemeenten. De Amstelland gemeenten vullen met deze aanpak immers in zekere zin een taak van Amsterdam - als centrumgemeente voor maatschappelijke opvang - in.

De kosten kunnen worden teruggebracht door minder huishoudens op te vangen. Zeker de overloop van huishoudens naar hotelopvang doordat de reguliere opvanglocaties vol zitten, brengt hoge kosten met zich mee. Voor de aanpak zal meer gekeken moeten worden naar betaalbare opvangplekken (zoals tijdelijke woonruimte in gebouwen die gesloopt gaan worden) om minder afhankelijk te zijn van dure hotelopvang.

Daarnaast is door de inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting een wettelijke urgentiecategorie voor dakloze gezinnen met minderjarige kinderen ontstaan. Een deel van de doelgroep van de regionale aanpak zal op grond daarvan woonurgentie krijgen. Anderzijds hebben huishoudens met woonurgentie niet meteen een woning. De wachttijd voor woonurgenten zal naar verwachting verder oplopen. Opvangplekken voor dakloze gezinnen zijn daarom blijvend nodig om ervoor te zorgen dat gezinnen niet op straat belanden.

Er is reeds een start gemaakt met de voorbereiding van benodigde wijzigingen in de aanpak. In 2027 kunnen deze wijzigingen verder uitgewerkt en geïmplementeerd worden, zodat de kosten van de regeling omlaag kunnen en daarmee de financiële consequenties voor 2028 beperkt kunnen worden.